Johan Coenraad Altorf (1876-1955)

Een biografische samenvatting uit diverse bronnen.

Nederlands kunstenaar, (Den Haag, 6 januari 1876 - Den Haag, 11 december 1955)

 

                 

 

Jan Altorf werd vooral bekend door zijn streng gestileerde beelden van dieren (vooral apen en vogels) en bijbelse taferelen, die hij in alle mogelijke materialen uitvoerde.

Doordat hij daarnaast ook talloze opdrachten uitvoerde om meubelen van beeldsnijwerk te voorzien, is zijn werk sterk verbonden met de toegepaste kunst.

 

        

Halbank                                                                    Spiegel

 

Zijn gestileerde vormgeving leent zich uitstekend voor decoratief werk in de kunstnijverheid. Altorf analyseert zijn onderwerpen in onderdelen die het meest kenmerkend zijn voor de uitbeelding van het gegeven. Door deze onderdelen te reduceren en weer samen te brengen drukken zijn voorstellingen slechts het meest essentiële uit.

 

Rond de overgang van de negentiende naar de twintigste eeuw werd de levende natuur door jonge kunstenaars herontdekt. Altorfs belangstelling ging uit naar de decoratieve uitbeelding van dierfiguren. Hij werkte dit thema uit in plastieken, maar ook op veel van zijn kunstnijverheidproducten.

Erg populair was de uil, een bij uitstek inheemse vogel.

 

            

 

Naast het aapje en de uilen ontwierp Altorf ook houten, bronzen, stenen en ivoren sculpturen van arenden, reigers, olifanten, bizons, en kamelen.

 

                            

 

Behalve sculpturen heeft hij ook portretten en meubels vervaardigd.

 

                

Buste van Jan Toorop                                     Javaanse danser Jodjana

 

Altorf behoorde tot een kleine groep van erkende esthetische kunstenaars met Joseph Mendes da Costa, Lambertus Zijl en John Radecker, die streefden naar een verhoging van de geestelijke waarden in de plastische vormgeving: ‘het uitbeelden van het wezen’ van het object. Altorf gaf zijn werk een zeer doordachte vormgeving. Zijn werken bevinden zich in vele Nederlandse openbare collecties, zoal het Rijksmuseum in Amsterdam, Museum Kröller-Müller, Drents museum, Museum de Fundatie, Haags Gemeentemuseum, Museum Boymans en vele particuliere collecties waaronder de Collectie Meentwijck in Bussum.

 

 

Collage van museale stukken getoond in de publicaties ;

Toegepaste kunst 1890-1940 en Kunstnijverheid in Nederland 1880-1940

 

Biografie

Jan Altorf werd geboren als de zoon van een timmerman. Hij is hulpje geweest  bij een stoelenmaker die hem ornamenten leerde snijden . Van 1891-1897  was hij werkzaam bij de  beeldhouwers ; A.Alexander & J.V.Engels en een korte periode bij  F.M.Kok te Den Haag.  Hij volgde tussen 1894 en 1897 de winter(avond)cursus aan de Haagse Academie van beeldende kunsten en kreeg daar lessen van Arend Odé en Eugène Lacomblé . Hij was daarna van 1897-1898 werkzaam bij de firma van Leendert Maurits(Leen) Tetterode te Amsterdam en Wilhelmus Marinus (Willem)Retera te Utrecht, waar hij zich verder bekwaamde in het vervaardigen van bouwplastieken . Hierbij heeft hij waarschijnlijk door Mendes da Costa en Lambertus Zijl ontworpen werk uitgevoerd wat de latere stijl van zijn eigen werk zal hebben beïnvloed. Na zijn academietijd werkte hij ook veel aan kunstnijverheidsproducten  o.a. van J.Thorn Prikker. Met J. Thorn Prikker werkte hij in 1898  samen aan de door deze ontworpen decoratie van het huis de Zeemeeuw dat naar ontwerp van H. van de Velde in Scheveningen werd gebouwd.

Thorn Prikker ontwierp tevens de meubels voor de babykamer, waaronder een fraai gesneden wieg en een kamerscherm. Het snijwerk van dit notenhouten meubel is van  Altorf  die naar ontwerp van Thorn Prikker de wieg met een beeldverhaal heeft voorzien van symbolische dierfiguren, zoals krekels, slakkenhuizen en in de rug een fazantenpaar die respectievelijk staan voor waakzaamheid, bescherming en ouderlijke liefde. De stijlen van de wieg bieden plaats aan een viertal ivoren dierfiguurtjes.

Het is deze wieg, kamerscherm en een kastje dat ze samen op de 1e Internationale tentoonstelling te s’Gravenhage in villa Boschoord, Bezuidenhout ten toon hebben gesteld. Van Altorf alleen was er ook nog een ivoren presse-papier van een aapje.

 

Van zijn vroegste werk is weinig bekend. Als gevolg van zijn geringe reislust bleef zijn werkterrein voornamelijk beperkt tot Den Haag en Rotterdam.

Ook toen hij via de pottenbakker Chris Lanooij (1881-1948) werd betrokken bij de productie van Haga zal hij niet veel in Purmerend zijn geweest. Lanooij had belangstelling voor keramische experimenten in vormen en (luster)glazuren. Ook Altorf was de neiging tot onderzoek naar nieuwe vormen en technische mogelijkheden niet vreemd.

 

In de periode 1911/12 is op verzoek van H.P.Bremmer door Altorf een aantal dierfiguren (olifant, kaketoe, ransuil) ontworpen deze werden door pottenbakker Chris Lanooij gegoten in porcelein en vervolgens geglazuurd en gebakken.  Deze voorwerpen dragen dan ook als signatuur aan de binnenzijde een driehoek met de letter A,B en L (Altorf, Bremmer en Lanooij)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zijn Bijbelse en religieuze taferelen werden uitgevoerd in diverse materialen

 

  Paulus                  

 

Altorf nam deel aan de Nederlandse inzendingen voor de internationale tentoonstellingen te : s’Gravenhage (1901),Turijn (1902), Brussel 1910, Parijs (1925)  de Biënnale te Venetië (1914,1928 en 1936) en de wereldtentoonstelling te Brussel in 1935.  Hij behaalde zilveren medailles op de Eerste internationale tentoonstelling voor moderne decoratieve kunst in 1902  in Turijn en op de tentoonstelling in 1925 te Parijs. Ook op de “Nederlandsche kunstentoonstelling in het Keizer Wilhelm  Museum te Krefeld in 1903 en de “Nederlandsche tentoonstelling van decoratieve kunst” in het Museum van Kunstnijverheid te Kopenhagen in 1904 was hij vertegenwoordigd met werk.

 

H.P. Bremmer, de latere kunstmecenas, liet al snel zijn oog op hem vallen. Hun vriendschap leverde voor Altorf een enorme stimulans en bekendheid op. Door dit contact was er langdurig financiële ondersteuning door leerlingen van Bremmer, deze later grote verzamelaars als Heleen Kröller-Müller en Grietie Smit-van Stolk  kregen hiervoor werk in ruil. De werken van Heleen Kröller-Müller zijn later in het Kroller-Muller terecht gekomen, waardoor dit museum een respectabele collectie Altorf’s   bezit.

 

Voor keramisten, zoals Chr. Lanooy en W.C. Brouwer, vervaardigde hij keramische objecten waarbij hij voor de vorm zorgde en anderen voor de technische uitvoering.

 

 

Ook heden ten dagen zijn de werken van Altorf gewilde objecten op veilingen :

 

 

Collage foto’s voorwerpen op veilingsites

 

 

Tot zover de algemeen bekende informatie over Jan Altorf op internet, en in diverse publicaties . Hierin wordt vooral de nadruk gelegd op zijn werkzaamheden als sculpturist, keramist en figuursnijder van kunstwerken voor privécollectioneurs. Over zijn dagelijkse leven is niet zoveel bekend, maar tussen de regels van de krantenartikelen uit de NRC en het Vaderland over de periode 1910-1945 en uit de archieven van o.a. de Rijksdienst kunsthistorische documentatie komt vaag een beeld te voorschijn:

De ambachtsman/beeldhouwer woonde en werkte in het Zeeheldenkwartier in Den Haag, hier woonde en werkte hij o.a. in de Jacob van der Doesstraat en had ateliers in de Trompstraat en later in de Ruyterstraat. Hij trouwde in 1902 met Geraldina de Groot en zij kregen vier dochters en een zoon. Over zijn privé leven is echter niet veel bekend. Een van de getuige bij hun huwelijk was Johan Thorn Prikker de toenmalige in opkomst zijnde kunstschilder. Wat betreft zijn kunst- en sociale leven binnen de Haagse kunstwereld, kunnen we hem in de kranten artikelen  uit de periode 1910 - 1945 op de voet volgen. Zijn naam wordt genoemd bij menig expositie in de diverse kunstgaleries in Den Haag en omstreken. Hij was lid van diverse kunstenaars- en beroepsverenigingen o.a. Pulchri studio, Haagse kunstkring en de Nederlandse kring van beeldhouwers bij welke hij diverse bestuursfuncties bekleden. Ook nam hij deel aan diverse commissies die werken van jonge kunstenaars of ontwerpen voor monumenten in de stad moet beoordelen. Tevens was hij lid van “De Nieuwe Schilders en Beeldhouwers kring een groep kunstenaars rondom Bremmer, opgericht in 1933.  Hij was zoals eerder genoemd een adept van Bremmer de kunstmecenas, en was bevriend met bekende kunstenaars en architecten uit zijn tijd. Voor deze  architecten zoals H.P. Berlage, J. Limburg, J. Lourijssen, S. de Clerq  en J. Kropholler, ontwierp en vervaardigde hij sculpturen en bouwbeeldhouwwerk . Ook voerde hij door andere beeldhouwers ontworpen werken uit, wat in die tijd heel normaal was. Op deze wijze heeft hij, door de toenmalige stadsontwikkelingen, menig sculptuur aan de Haagse gevels toegevoegd. Ook  het vervaardigen van graf- en herdenkingsmonumenten of plaquettes behoorde tot zijn werkterrein. Hij maakte ook ontwerpen voor decoraties uitgevoerd door papierstructuur fabriek Gouda en van sieraden voor de bekende zilversmid van Kempen. Hij bleek een veel gevraagde en toonaangevende Haagse kunstenaar.

 

Zijn plaats in de bouwbeeldhouwkunst en werkzaamheden aan kunst in de openbare ruimte komt uitgebreid aan bod in het werk van Y.Koopmans (Muurvast & Gebeiteld 1994/1997).

Een stuk werk dat mij in hoge mate heeft gestimuleerd en geënthousiasmeerd .

 

 

Voorzien van aanpassingen 2016

Bij problemen deze website in Comptabiliteitsweergave bekijken!